'WINTERS  ART'

Wintertjes 2010

Wintertjes 2009

Wintertjes 2008

Wintertjes 2007

Wintertjes 2006

Wintertjes 2005

   Geboorte Stijn

Wintertjes 2004

Wintertjes 2003

Wintertjes 2002

   Geboorte      Jurre & Roos

Geboortekaartjes

De zwangerschap

ZWANGER? 

(mei 2002) 

Ik koop een zwangerschapstest en lees de gebruiksaanwijzing tig keer. Ik kijk in de verpakking en zie twee tests. 

Vraag me af of het nog niet een beetje te vroeg is om zo'n test te kunnen doen, maar ik heb geen geduld meer. De gebruiksaanwijzing ken ik uit mijn hoofd. Het staafje heeft twee vensters. Bij zwangeren verschijnt in beide vensters een blauw streepje. 'Al na een paar minuten kent u het resultaat,' staat op de verpakking. En het geeft de zekerheid van bijna 100% betrouwbaar testresultaat. 

Ik waag het erop. En wacht ťn kijk. Er verschijnt een streepje. Een duidelijke blauwe streep. Gespannen kijk ik of het tweede streepje ook verschijnt. Ik zucht. Maar dan zie ik met een verbazingwekkende snelheid een tweede streep verschijnen. Ze staan er, in volle glorie. Twee vette blauwe strepen.

Ik haal diep adem. Ik ben zwanger! Wat ben ik blij! Ik pak de gebruiksaanwijzing nog een keer en zie het er toch echt staan: 'U bent zwanger als... '

Jan is aan de telefoon en ik kan me haast niet inhouden om de test onder zijn ogen te houden. Als Jan klaar is met bellen, gun ik hem een blik op de vensters. Hij houdt de test en de gebruiksaanwijzing in zijn handen. En kijkt, en herleest de folder. 'Gefeliciteerd!', zegt hij.

We hebben de hele dag om te wennen aan het idee. Ik pak gelijk mijn agenda erbij om te kijken wanneer week 40 valt. Met pen nummer ik de weken. Mijn uitgerekende datum is 5 januari 2003. Jeetje, dat klinkt nog ver weg! Tegelijkertijd denk ik: 'wat moet ik met mijn agenda als het allemaal mis loopt?'. Dan zal ik iedere week herinnerd worden aan een baby die niet geboren werd. Hoe haal ik het in mijn hoofd om nu al zo ver vooruit te denken! 

ECHO 

Jan en ik moeten naar het ziekenhuis voor een echo. Ik ben toch wel wat zenuwachtig. Als nou eens blijkt dat er opeens niets meer zit of dat er geen hartactie meer is? Brrr... daar moet ik niet aan denken.

We worden gehaald door een mevrouw en mogen de echokamer in. Ik ga liggen. Wat zal ik opgelucht zijn als ik op dat scherm iets zie bewegen. Ze smeert mijn buik in met gel. Dan beweegt ze de sensor over mijn buik en werpt een blik op de monitor. Als ze zich naar de monitor draait, kijk ook ik gespannen naar het scherm. Een historisch ogenblik volgt in dat donkere kamertje van het ziekenhuis. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en tuur naar het scherm. Op het moment dat ik iets 'raars' zie, roept Jan verbaast uit: 'het zijn er twee!'. 

De echografiste beweegt de sensor nog een keer over mijn buik, schraapt haar keel en kijkt ons aan en zegt: 'Inderdaad... het zijn er twee!'. Dat waren ze dus. Ik had ze gezien voordat de magische woorden van de echografiste werden gesproken: twee wurmpjes boven elkaar. Ik krijg spontaan de slappe lach. Mijn buik schut en de twee vruchtjes schieten 'uit beeld'. Zo ontzettend blij dat er iets leeft. En zo lacherig omdat het zo vreselijk veel leven is.

De echografiste zegt: 'Wel een verrassing he?' en probeert zo onze stemming te peilen. We vertellen haar dat het nieuws ons volslagen overvalt, maar dat we er dolblij mee zijn! Ik ga razendsnel de consequenties na. Bedenk dat het goed is dat we nu niet meer in Amsterdam, op twee hoog wonen. En met werken wordt het nu ook anders denk ik. Met ťťn had ik misschien nog wel willen proberen om fulltime te blijven werken, maar met twee zal het zeker parttime worden.

De echografiste veronderstelt dat het 'tweeŽiig' is. Ze laat zien waar elk kindje zijn/haar eigen placenta heeft liggen. Als ze klaar is met haar onderzoek, maak ik me met moeite los van het scherm. Plechtig overhandigt ze ons drie afdrukken van de echo. Lacherig lopen Jan en ik terug naar de wachtkamer. 'Ik zag het meteen toen er beeld was dat het er twee waren,' reconstrueert Jan het historisch moment. 

Dan worden we gehaald door een gynaecoloog. Achter zijn bureau gaat hij er eens goed voor zitten. 'De zaken liggen nu wat anders,' zegt hij. Ik heb nu een medische indicatie en zal in het ziekenhuis moeten bevallen. Ik krijg nu voortaan alle controles in het ziekenhuis en zal niet meer naar de verloskundige hoeven.

We lopen naar de auto. Ik vat het nog steeds niet. Vanochtend was ik nog bang voor een vroege miskraam en nu zitten er opeens twee. Het is alsof er sprake is van een misverstand. Twee kinderen, dat moet wel een vergissing zijn. Maar ze zitten er en nu wil ik ze houden ook.

'Straks gaat er eentje dood,' piep ik. 'Ik kan me niet voorstellen dat ze het met z'n tweetjes zullen redden.

In de auto bel ik gelijk familie op. 'En hoe was het?', vraagt mijn moeder.

 (c) Anne Geddes        

'Goed, allemaal goed.'
'Oh, wat ben ik daar blij om!'
'Maar dat is nog niet alles...'
'Oh?'
'Het is er niet ťťn! Het zijn er twee!'
Een onbedaarlijke lach is mijn deel. 'Twee',  hik ik, 'twee'.
Ook mijn tante begint te schateren als ze de uitslag hoort.

'Het zijn er twee!' Ontelbare keren herhaal ik de zin. In de auto keer op keer. Ik proef de magische woorden. Aan alle kanten. Alsof ik daarmee de betekenis doorgrond. 'Het zijn er twee!'

Hoe is het mogelijk? Een tweeling... Nooit heb ik iets gehad met tweelingen. Wat weet ik nou helemaal van tweelingen? Thuis sla ik mijn zwangerschapsboek erop na, want het hoofdstuk 'Meerlingen' had ik overgeslagen. Vaker vroeggeboorten, sneller in de couveuse, lichter dan eenlingen. En ze komen de laatste tijd meer voor. Bij oudere moeders kan nog wel eens sprake zijn van een dubbele eisprong.

 

ALLES DUBBEL
Dubbel, denk ik, alles dubbel! Lichtelijk aangeslagen, maar ook weer trots drentel ik door het huis. Alles dubbel. Twee bedjes, twee maxi-cosi's, twee wipstoeltjes. Twee kinderen.

Ik ga bellen. Met vriendinnen en familie. Telkens opnieuw hetzelfde verhaal. Tot ik het dromen kan. Bij een enkeling kom ik aan de uitgerekende datum toe. Dan wordt aan de andere kant meteen vastgesteld dat het heel onwaarschijnlijk is dat ik die haal. 'Want tweelingen worden altijd eerder geboren, is het niet?'

Een paar dagen later koop ik 'Het tweelingboek' van Lenny Duijvelaar & Anjo Geluk. Ik blader het ongelovig door. Berichten uit een andere wereld, zo onwerkelijk. Ik lees een stuk over een dubbele bevalling en lees over een vrouw die op het laatst van haar zwangerschap haast niet meer kon lopen. Zo zwaar was ze.

Als ik niet bezig ben, dan denk ik aan de zwangerschap en maak ik me vooral zorgen. Hoe is het toch mogelijk dat uitgerekend ik twee kinderen zal krijgen? Het kan niet waar zijn. En tegelijkertijd heb ik me al zo aan het idee gehecht een tweeling te krijgen. 'Allebei', zeg ik tegen Jan, 'en nu wil ik ze ook allebei!'

GYNAECOLOOG

(september 2002)

Het echoapparaat gaat weer aan en ik zie ze weer. Ze zijn nog echter, herkenbaarder. 

'En hou er rekening mee dat je rond je 28e week moet stoppen met werken, zegt de echografiste. Ik kijk haar aan alsof ik het in Keulen hoor donderen. Dat kan toch niet? Dat is al heel snel?

Als we weer bij de gynaecoloog zitten, zijn we iets beter geÔnformeerd dan de eerste keer. Maar het blijft nog onwerkelijk. Hij is zeer tevreden over mijn bloeddruk. 

 

HORMONEN

De dubbele portie zwangerschapshormonen maakt mij wisselvallig. Als we 's avonds thuiskomen en ik doodmoe in bed kruip, huil ik stil sentimentele zwangerschapstranen.

Ik ben opeens ontzettend moe. 'Waarom huil je nu?' 'Omdat ik pijn in mijn rug heb, vreselijk dik ben, niks meer lust en heel erg zwanger ben.'

's Avonds ga ik maar weer in bad. Een uitverkoren plek. In het water lijk ik kilo's lichter en de warmte doet mijn rug goed.

 

 

KWAALTJES

De kinderen voel ik geregeld, hun bewegingen zijn kleine porretjes in mijn buik. Soms nog heel ver weg en vaag, alsof er luchtbellen uit elkaar spatten. Plop, plop, plop. De bewegingen nemen mijn buik in bezit. De kinderen groeien gestaag door. Zal er op den duur ruimte voldoende ruimte voor ze zijn? Vooral als ik mij ontspan of als ik lig, dan voel ik ze. Maar last heb ik er nog niet van.

Wat me tegenvalt, is de moeite die ik heb met lopen. Ik raak er buiten adem van. En mijn onderbenen houden veel vocht vast. Ik hou ze zoveel mogelijk omhoog. Als ik loop, lijkt het alsof mijn benen opzetten. Ze worden dikker en dikker en de huid van mijn benen gaat steeds strakker staan. Mijn mobiliteit neemt met rasse schreden af.

Vandaag de maxicosi's halen. Als ik in de auto zit, zit mijn buik zo in de weg dat ik er beroerd van word. Bij een parkeerplaats stoppen we. Naast een picknicktafel ga ik languit in het gras liggen. En voel me zielig. Bah, deze aanvallen van misselijkheid vind ik vreselijk. Na twintig minuten voel ik me weer wat beter.

 

 

ZWANGERSCHAPSWERELD
Zwanger zijn doe je niet zomaar even: je gaat naar zwangerschapsgym, leest negenmaandenboeken, gaat naar babywinkels, etc. In deze zwangerschapswereld worden kosten noch moeite gespaard: 
'Hier koopt men alles nieuw!'

Toch voel ik me een buitenstaander, want nergens wordt gerept van het lot van een tweelingmoeder. Er wordt steeds gesproken over: de baby. Ik heb te veel baby in me. De vrouwen uit de negenmaandenbladen zijn bescheiden zwanger van een eenling. Ze zijn fraai opgemaakt, het haar zit keurig, ze dragen mooie zwangerschapskleding... Maar ook al was ik zwanger van een eenling, dit is niets voor mij. Net als de prachtige zwangerschapskleren, de dure commode etc: laat die maar aan anderen over. 

Het speciale babykamermeubilair spreekt me over het algemeen helemaal niet aan. Ik houd het lekker bij een oude commode waar ik zelf nog op heb gelegen. Als ik die een nieuw kleurtje geef, dan kan die nog prima. Het enige dat ik aan meubels nog zal kopen, zijn twee ledikantjes.

BUIK

(oktober 2002)

In de wachtkamer van het ziekenhuis kom ik vrouwen tegen met een meerlingbuik. Elke keer weer bedenk ik verbaasd hoe het toch mogelijk is dat iemand zo'n buik heeft? Ik kan me nauwelijks voorstellen dat die van mij zo immens zal worden.

'Ik vind hem nu al zo groot,' zeg ik even later tegen mijn gynaecoloog, als ik naast het echoapparaat in de stoel lig. Hij lacht: 'Let op mijn woorden, dit is nog niets. Hij wordt nog veel en veel groter!'

Achtentwintig weken ben ik, maar met een buik die voelt als negen maanden. Het leven lijkt zich van uur tot uur af te spelen. En iedere etappe kost me weer moeite. Soms probeer ik er ťťn over te slaan. Het middagrusten bijvoorbeeld. Dan wordt ik onherroepelijk terug gefloten.

Ze liggen allebei dwars in mijn buik en wegen 1170 en 1230 gram. Het bovenste kindje ligt dicht tegen mijn ribben aangedrukt. Dat ze nu nog dwars liggen, is geen probleem. De gynaecoloog verzekert me dat er nog tijd en ruimte genoeg is om te draaien. Er hoeft geen sprake te zijn van een keizersnede. 'Het wordt een fluitje van een cent,' sust hij. Dat lijkt me weer iets al te optimistisch.

Soms lig ik op mijn rug en houd mijn handen op mijn buik en voel de kinderen bewegen. Het jongetje is de meest actieve. Maar dat kan ook komen doordat het meisje een voorliggende placenta heeft die ervoor zorgt dat er veel 'gedempt' wordt.

VOORLICHTING

(november 2002)

Het ziekenhuis organiseert twee keer per maand een voorlichtingsavond waarop aanstaanden te horen krijgen wat bevallen in het ziekenhuis inhoudt en waarbij je alvast kunt kennismaken met de apparatuur, verloskamer, couveuseafdeling etc. In de zaal waar de bijeenkomst plaatsvindt, speur ik naar andere tweelingmoeders. Ze zijn er volgens mij niet. De buiken lijken me wat te bescheiden. Een verpleegkundige licht ons in over de gang van zaken. We kunnen bevallen zoals wij willen. Er zijn zelfs baarkrukken. In bad bevallen kan weer niet.

Lang houd ik het zitten op een stoel in het zaaltje niet vol. Ik ben nu 33 weken zwanger en bij de laatste controle werd het gewicht van de kinderen vastgesteld op 1805 en 1935 gram en er zit ruim 20 kilo bij. In de pauze besluiten we maar om naar huis te gaan, want eigenlijk hebben we niets nieuws gehoord. We lopen terug naar de auto. Ik ben nog vervuld van tangen, vacuŁmpompen en knippen.

  

WEEK 35

Wat hebben deze weken me vaak door het hoofd gespeeld. In mijn stoutste dromen had in niet gedacht het ooit zover te brengen. Vijfendertig weken! Zou ik dan toch de 37 of misschien wel de 40 halen? In de 31e week had ik de gynaecoloog in een moedeloze bui laten weten dat het wat mij betreft wel afgelopen mocht zijn. Daar wilde hij niets van weten. Zo lang mijn lijf het zo keurig deed (bloeddruk 95/65) en de kinderen het daarbinnen zo goed deden, liet hij ze lekker zitten. Al was het week 40!

Toen ik net zwanger was, keek ik uit naar 'het zwangerschapsverlof'. Naar die eindeloze reeks lege, vrije dagen. Die zou ik, wist ik toen, vullen met klussen waar ik anders nooit aan toe kwam: foto's inplakken, administratie ordenen, opruimen, schilderen, films kijken en vooral veel lezen. Het komt er niet van. Ik laat de tijd door mijn vingers glippen lijkt wel.

Als ik zit, zorgt het meisje voor veel overlast en ook het jongetje strekt zich uit, zodat ik kortademig word. Eventjes aan tafel zitten lukt nog wel, maar een middag lang de administratie doen kan ik wel vergeten.

Op mijn rug liggen in bed lukt niet meer. Binnen vijf minuten wordt ik misselijk, duizelig en ga ik bijna van mijn stokje. Ook in het ziekenhuis, tijdens een echo, lig ik niet meer op mijn rug. Dit komt vaker voor is mij verteld. Het gewicht van de placenta, vruchtwater en de baby's drukt op de holle lichaamsader en zorgt ervoor dat je te weinig zuurstof krijgt.

Ik vind het zwaar. Pijn in mijn bekken, mijn ribben en mijn rug. Mijn actieradius wordt steeds kleinerÖ Het lichaam vraagt om zelfbehoud. Ik leef in een cocon en bekijk de wereld vanuit mijn eigen zwangere bestaan. Ook de nachten worden steeds langer. Gemiddeld slaap ik tussen de 3 en de 5 uur per nacht en ik word gek van de kriebelende benen, tintelende voeten en de misselijkheid als ik op mijn zij lig. Het vake plassen heb ik al geaccepteerd. De hormonen zijn me deze laatste weken volledig de baas. Ze dringen me terug in een eigen, besloten wereld. Daar is slechts ruimte voor twee nieuwkomers. Tijdens de (twee)wekelijkse controles heb ik het gevoel dat ze er al een beetje zijn. Dan hůůr ik ze en dan zie ik ze. Er wordt gekeken of ze goed gegroeid zijn, naar de doorbloeding van de placenta en naar de hartslag. De echografiste en de gynaecoloog zijn tevreden over de twee. Ze wegen nu 2290 en 2350 gram. Het jongetje ligt niet meer dwars, maar is al iets ingedaald in het bekken. Allemaal goed nieuws dus. Nou, van mij mag hier direct een einde aan komen. Ik ben het meer dan zat!

 

 

 

 

BABYKAMER

(december 2002)

In de babykamer wachten de twee bedjes, alsof ik binnenkort een crŤche ga openen. In de kasten liggen stapels luiers, rompertjes, pakjes en broekjes. Ik kan me niet voorstellen dat ik binnenkort met twee kinderen zit.

Ik noem de kinderen nog maar eens hardop bij hun namen. Om te horen of ze wel klinken. Ik vind dat we een goede keuze gemaakt hebben. Vier namen, elk twee.

Mijn ziekenhuistasje staat al weken klaar. Voor mijzelf heb ik er wat (nacht)kleding en toiletspullen ingestopt. De kleren van de kinderen houd ik stuk voor stuk omhoog en ik verwonder me.  Ze zijn zo verschrikkelijk klein. 

's Ochtends doe ik niet veel. Ik blijf in bed, want ik voel me moe, verschrikkelijk moe. 'Ze moeten nu echt wel komen,' snik ik tegen Jan als hij naast het bed staat. 'Ik ben zo beurs, zo moe, ik ben het eigenlijk zo ontzettend zat.  Steeds maar die pijn.'

De huid van mijn buik is strak gespannen. Ik vraag me af hoe deze buik er na de bevalling uit zal zien. Ik strijk nog eens over mijn buik. Onderin het jongetje, bovenaan het meisje. Ze voelen zwaar. Eerst zal het jongetje komen, dan volgt het meisje, is mij door de gynaecoloog verteld.

 

BEVALLING
Twins Het is woensdag 18 december. Ik ben 37 weken en 3 dagen zwanger en de bevalling zal worden ingeleid.

Het is 12:30 uur. Dit is dus de verloskamer. Hier gaat het gebeuren! Ik neem alles in me op. Voor later, voor de totale reconstructie. Voor mij is het een van de belangrijkste dagen uit mijn leven. De specialist heeft me verzekerd dat ze zonder problemen geboren kunnen worden. Ik stel me gerust met de gedachte dat de operatiekamer dichtbij is. Voor als ze er toch niet uitkomen. En dat de pijnbestrijder in de buurt is, voor het geval ik het niet meer uithoud.

Een co-assistent neemt een deel van het werk voor haar rekening. Ze waarschuwt me dat zij de vliezen gaat breken. Daarna zal op het hoofd van het jongetje een elektrode aangebracht worden waardoor ze zijn hartslag kunnen controleren. Ik voel het vruchtwater wegstromen. Warm. Eindeloze stroom. Nu kan ik niet meer terug. Er is wat druk van mijn buik. Nooit zal hij meer zo groot zijn als enkele ogenblikken geleden.

Om 13:30 uur wordt er een infuus in mijn hand ingebracht en daarmee is naar mijn gevoel de bevalling echt begonnen. De bevalling zal onder supervisie van de gynaecoloog plaatsvinden. De arm waarin het infuus steekt, heb ik rustig naast me liggen. Op mijn buik is een draad bevestigd die naar een apparaat voert dat de weeŽnactiviteit meet. Rond 14:30 wordt de eerste weeŽnactiviteit geconstateerd. Los van de wereld voel ik me.

Jan staat naast mijn bed. Ik maak hem deelgenoot van mijn angsten. Ik kan nu niet meer terug, ik moet er doorheen. Maar wat zou ik de komende uren graag willen overslaan. De weeŽn worden sterker en Jan houdt mijn hand vast. Vooral rugweeŽn heb ik. Ze trekken vanuit mijn middel naar mijn ruggengraat. Ik vraag Jan of hij over mijn rug wil wrijven.

Soms ben ik even terug als de interval tussen de weeŽn het toelaat. Wat is dit zwaar. Omstreeks 21:00 uur heb ik het gevoeld dat ik de weeŽn niet meer goed kan opvangen. Ik verdraag deze pijn niet meer. De gynaecoloog voelt en zegt dat ik mag gaan persen. Magische woorden. Ik mag gaan persen. Ik zal kracht zetten. Ik zal hem eruit krijgen. Ongeschonden. Ik denk even alleen maar aan dit kind. Alsof ik daarna niet nog een keer moet. Ik voel een perswee. Ik pers en pers. Ik voel iets zachts! Ik voel iets warms! Ik voel hoe het hoofdje wordt geboren, gepakt en de rest van het lijfje uit mijn lichaam glijdt. Mijn buik, hij is er nog, maar kleiner. Kijken, denk ik, kijken. De eerste aanblik wil ik hebben. Herinneren wat ik zag toen ik hem voor het eerst in de ogen keek. Ik hou hem tegen me aan en voel het glibberige lijfje. Een moment met eeuwigheidswaarde. Het kind op je buik, voor het eerst op je buik. Ik mag bekend maken hoe dit jongetje gaat heten. Plechtig noem ik de namen: Jurre Merlijn. Geboren om 22:00 uur precies.

De gynaecoloog neemt weer de leiding en zegt dat er iets aan het bed (en mijn houding) veranderd moet worden omdat het meisje in stuit ligt. Hij voelt hoe het meisje ligt. Zijn hand reikt angstig hoog op mijn buik. Wat ligt ze nog ver weg. Ik probeer weer kracht te zetten. Een perswee voel ik niet. Werken in het wilde weg. Het is of ik minder grip heb. Daar gaat ze. 

Ik voel haar, op een heel andere manier dan haar broer, uit mijn lichaam verdwijnen. Raar voelt het, rommelig. Het is een meisje, echt een meisje: Roos Sterre. Het is inmiddels 22:32 uur. Ik krijg haar niet op mijn buik, omdat ze slap is wordt ze meteen meegenomen naar een zijkamertje. Jan gaat met haar mee en ik moet wachten op de twee placenta's die gelukkig om 22:50 uur uit zichzelf komen. En terwijl ik zo lig, in opperste verbazing over deze overdaad, word ik gehecht.

Jurre komt na het onderzoek in het zijkamertje meteen naast mij te liggen. Eerst nog wel in een verwarmde couveuse, maar al na een half uurtje mag hij in een doorzichtig wiegje.

Helaas gaat het met Roos een stuk slechter. Omdat ik gehecht word heb ik niet goed door wat er zich in het zijkamertje afspeelt. Er is nog een kinderarts bijgehaald. Roos haalt geen adem, is slap en wit. Op het moment dat Jurre geboren werd, is de werking van placenta van Roos sterk achteruit gegaan. Hierdoor heeft ze het in mijn baarmoeder zeer benauwd gekregen. Haar hartactie is prima, maar ademen doet ze niet. Ze proberen van alles om haar te prikkelen, beademen haar handmatig 15 minuten lang... maar het duurt heel lang voor ze op gang komt. 
Ze wordt meteen overgebracht naar de couveuseafdeling. Pas om 01:00 uur kunnen wij haar zien.

's Nachts blijkt het helemaal niet goed te gaan. Ze vertoont convulsies (stuipjes, epileptische aanvallen) en krijgt hiervoor medicatie (Luminal) via het infuus.

De volgende ochtend horen we dat de Luminal niet voldoende helpt en dat ze een zwaarder medicijn nodig heeft. Dit medicijn (Dormicum) heeft echter als nadeel dat er 50% kans is dat ze stopt met ademhalen. Het Flevoziekenhuis biedt niet voldoende ondersteuning en dus wordt ons kleine meisje in allerijl overgeplaatst met de babylance naar het AMC in Amsterdam.